Voorbereidingstips van Janna de Lathouder
De leerlingen gaan samen met Janna op ontdekkingstocht en komen er stapsgewijs achter wat er belangrijk is voor een verhaal: een begin, een midden en een eind natuurlijk. Maar dat is niet genoeg! Het moet ook nog spannend en verrassend worden. Hoe doe je dat?
Janna zet haar theaterachtergrond in om met de deelnemers langs de verhaaltechnieken van een boek te stappen. De kinderen laten dus niet alleen hun hersenen en fantasie kraken, ze komen ook in beweging. Janna vertelt haar beste schrijverstruc en oefent die met de deelnemers. Daarnaast laat ze haar lievelingsboek zien (misschien wel het lievelingsboek van álle schrijvers). Na afloop krijgt de klas daar een exemplaar van mee naar school.
En wat blijkt? We zijn allemaal schrijvers. Nu al! Misschien hebben we het verhaal nog niet opgeschreven, maar we hebben het wel al bedácht. Natuurlijk krijgen de kinderen ook uitleg over hoe zo’n kleurrijk idee in hun hoofd, uiteindelijk die zwarte letters worden in een boek (en andersom). En er is ruimte voor vragen. Het wordt een levendige, vrolijke ontmoeting!