Tijdens de Week van Lezen en Schrijven gingen verschillende schrijvers via de Schrijverscentrale op bezoek bij bibliotheken en taalhuizen in het land voor workshops aan groepen nieuwkomers en aan mensen die moeite hebben met lezen en schrijven. Van Haarlem tot Venray en Arnhem ontstonden ontmoetingen waarin verhalen en taal op een speelse manier centraal stonden. Er werd gelachen, verteld, geschreven, voorgelezen en vooral veel gedeeld.
In Bibliotheek Haarlem ontmoette schrijver Abdelkader Benali een bijzondere groep NT2-deelnemers. Syriërs, Koerden, Oekraïners, Nigerianen, Fransen, Portugezen, Iraniërs en anderen zaten samen in een lokaal. Hun Nederlands verschilde soms sterk in niveau, maar hun nieuwsgierigheid en levenservaring vormden een gemeenschappelijke basis.
Abdelkader vertelde over zijn eerste jaren in Nederland, over taalverwarring, verjaardagen, omgangsvormen, het Nederlandse weer en het gemis van thuis. Daarbij schakelde hij moeiteloos tussen verschillende talen. Niet om perfect te zijn, maar juist om te laten zien dat alle talen en achtergronden er mogen zijn.
Het belangrijkste voor mij was om ze te bemoedigen. Dat je met kleine stapjes ver kunt komen.
Volgens de bibliotheek sloeg precies die aanpak aan. De sfeer was warm en open, deelnemers bleven na afloop napraten en verschillende bezoekers kochten zelfs een boek van Abdelkader. Zijn workshop voelde minder als een les en meer als een ontmoeting. Of zoals hij het zelf omschreef: ”Ik geef ze graag een hart onder de riem van iemand die dezelfde weg ooit bewandelde.’’
Bij BiblioNu in Venray en Horst verzorgde spoken word artiest en dichter Onias Landveld workshops voor zowel een groep laaggeletterden als voor nieuwkomers. Zijn uitgangspunt: taal mag speels zijn. Met spreekwoorden, gezegden en creatieve oefeningen zette hij deelnemers aan het denken over woorden en betekenissen.
Een deelnemer vertelde over het Afghaanse gezegde: "Als de sneeuw is gesmolten, zien we de heide." Een mooie parallel met het Nederlandse: "Als puntje bij paaltje komt." Door zulke uitwisselingen werd taal meer dan grammatica alleen. Het werd een gesprek over cultuur, ervaringen en manieren van kijken naar de wereld. De reacties waren enthousiast: er werd veel gelachen en volop gesproken.
Normaal zijn de lessen toch wat schoolser. Dit was een speelse manier om met taal bezig te zijn. De deelnemers waren anderhalf uur intensief met taal bezig en hadden er zichtbaar plezier in - Programmaregisseur Basisvaardigheden Ming Ebbinkhuijsen
Voor Bibliotheek Venray leverde het nog iets extra's op: deelnemers die voor de workshop nog niet eerder in de bibliotheek waren geweest, schreven zich na afloop in voor taalactiviteiten.
Schrijver Simone Arts gaf een workshop aan deelnemers van het Taal & Pen Café, een groep nieuwkomers die samen oefent met schrijven in het Nederlands, bij Rozet in Arnhem. Simone begon met een eenvoudige maar krachtige vraag: wat maakt een verhaal een verhaal? Ze sprak over verhalen als vensters en spiegels. Een venster waardoor je de wereld van een ander kunt zien. Een spiegel waarin je iets van jezelf herkent - of juist niet. Vervolgens nodigde ze deelnemers uit om hun eigen verhalen zichtbaar te maken. Verhalen die ze hadden meegenomen uit hun land van herkomst, uit hun familie of uit hun herinneringen. Eerst in gesprek met elkaar, daarna op papier. Wat volgde waren persoonlijke gesprekken, geconcentreerd schrijfwerk en uiteindelijk zelfs voordrachten voor de groep.
De taalhuisbegeleider vat de ochtend mooi samen: ‘Hoe bijzonder is het dat mensen die nog niet zo lang in Nederland wonen, de moed vinden om hun eigen verhaal in een nieuwe taal op papier te zetten én voor te lezen aan anderen?"
De workshop maakte indruk op deelnemers en vrijwilligers. Volgens Rozet smaakt het naar meer en er wordt al nagedacht over vervolgactiviteiten.
Iedereen is een vat vol verhalen. Juist deze mensen brengen zoveel verhalen mee. Hun eigen taal en cultuur mogen naast het Nederlands bestaan. Daarmee verrijken ze ook het Nederlands - Simone Arts
Wat de bezoeken in Haarlem, Venray, Horst en Arnhem met elkaar gemeen hebben, is dat ze laten zien wat er gebeurt wanneer taal persoonlijk wordt. Een schrijver komt niet binnen met een methode of lesboek, maar met verhalen, nieuwsgierigheid en verbeeldingskracht. Daardoor ontstaat ruimte voor iets wat in reguliere taallessen soms minder vanzelfsprekend is: plezier, herkenning, trots en verbinding.
Voor organisaties die werken met NT1- of NT2-doelgroepen kan een schrijversbezoek daarom een waardevolle aanvulling zijn. Niet als vervanging van het bestaande aanbod, maar juist als verdieping ervan.
Er wordt tijdens de Week van Lezen en Schrijven veel over deze doelgroep gesproken. Juist in deze week is het belangrijk om ook iets mét de doelgroep te doen - bibliotheekmedewerker Haarlem