In 1983 brak zij met ‘De meisjes van de suikerwerkfabriek’ door als schrijfster. ‘Het is hard werken geblazen, want de muze strijkt niet neer op je schouder om je te helpen’, vertelt ze. Haar bekendste roman is ‘De tweeling’.
Op 14 april verscheen haar nieuwe roman ‘De stad in je hoofd’. Hierin wordt het ouderlijk huis van de achtjarige Twan vernietigd tijdens een bombardement in de tweede wereldoorlog. De ‘Bovenstad’, fraai op een heuvel gelegen met uitzicht op de rivier, stort brandend in.Ineens is hij wees en een jonge tante ontfermt zich over hem. Bij haar, in de vrijwel ongeschonden ‘Benedenstad’, groeit hij tijdens de naoorlogse jaren op, worstelend met een trauma waarvoor niemand oog heeft.
Hij ontwikkelt een passie voor de historische architectuur die hem omringt en brengt al zijn vrije tijd door met het tekenen van de middeleeuwse huizen en gebouwen. Door de ontmoeting met een jonge vrouw ontwikkelt hij ook het schilderen met olieverf en zij wordt, naast zijn geliefde, zijn meest vereeuwigde model.
In de loop der jaren lukt het Twan een verwaarloosd huis te kopen en nauwgezet te restaureren. Maar de wereld moderniseert en het stadsbestuur besluit de Benedenstad te ‘saneren’. Twan voert een wanhopige strijd om de eeuwenoude stad te redden voor een dreigende sloop, maar hierbij keert het trauma uit zijn jeugd in volle hevigheid terug.