‘Ik ben de zoon van een admiraal, de broer van twee dode guerrillero’s en we waren allemaal communisten.’ Toen ik deze zin in 2012 las, wist ik het meteen: dit is het boek over Colombia dat ik wil schrijven. Tot dan toe had ik alleen boeken over het Zuid-Amerikaanse land gelezen die gingen over één persoon (Escobar), één onderwerp (cocaïne), één organisatie (FARC) of één periode (het geweld van de jaren negentig). Maar met de woorden van Eduardo Pizarro Leongómez, toen ambassadeur in Nederland, ontrolde zich voor mij ineens de geschiedenis van een eeuw Colombia (zijn vader was uit 1915). Hoge militairen, guerrillacommandanten, presidentskandidaten, intellectuelen, ambassadeurs, kunstenaars, moordenaars, politici: de Pizarro’s zijn het allemaal geweest. Maar ze waren ook vaders, moeders, echtgenotes, broers. Door hun ogen zou ik het verhaal van Colombia vertellen. Van de historische gebeurtenissen die het land vormgaven en van de mensen die ze vormgaven of meemaakten. Toen ik ze de laatste zes jaar weleens vertelde dat ik altijd aan ze dacht, lachten de Pizarro’s meestal een beetje. Maar het was waar. Nu ik klaar ben, hoop ik ze langzaam weer los te kunnen laten.