Mariët Meester groeide op in de gevangeniskolonie Veenhuizen, die werd omgeven door honderden bordjes ‘Verboden toegang’. Ze ging naar de kleuterschool in een getraliede ‘boevenbus’.
Meester publiceerde acht non-fictieboeken en acht romans, waarvan een aantal zich afspeelt in het dorp van haar jeugd. Voor haar non-fictieboek De tribune van de armen (2017) verhuisde ze voor vijftien maanden naar Málaga en onderzocht de jaarlijkse traditie om tijdens een paasprocessie een gevangene vrij te laten.
Pingping (2020), de laatste roman van de schrijfster, draait rond een onderwerp waar we allemaal mee zitten: de impact van ons handelen op de wereld. De hoofdpersoon gaat op zoek naar eenvoud, terwijl haar tegenspelers juist zoveel mogelijk ‘pingping’ willen binnenslepen. Een lezer noemde dit boek 'een tragikomedie met absurde trekjes’.
In haar memoir Koloniekind (april 2022) gaat Mariët Meester terug naar het gevangenisdorp Veenhuizen. Vanuit het perspectief van het meisje dat ze ooit is geweest, vertelt ze hoe haar jeugd in deze wonderlijke gemeenschap verliep. Beeldend beschrijft ze het leven in het afgesloten dorp, waar alleen justitiepersoneel mocht wonen en de woningen ieders rang weerspiegelden.
Het succesvolle boek dat daarna kwam, Een vrij leven (januari 2025), is als het ware het vervolg. Als jonge vrouw trok de schrijfster samen met haar levensgezel met een paard en een zelfgebouwd woonwagentje door Frankrijk, wat tot een tien jaar durende periode zonder vast adres leidde.
Na een lezing van Mariët Meester voor de Sniederskring in Bladel verscheen in de pers een verslag: ‘Zij vertelde zeer onderhoudend over haar leven en over alles wat haar bewoog in de afgelopen jaren en waarvan we de neerslag kunnen zien in haar werk. Zowel voor als na de pauze werd haar verhaal versterkt door videofilmpjes. Van de vragenronde werd door het zeer geïnteresseerde publiek gretig gebruik gemaakt. (...) Al met al een prachtige avond voor alle aanwezigen.’