Jerry Goossens (1965) brak als representant van de Generatie Nix door met de confronterende, rauwe stadsroman De lokroep van de mossel. In de jaren die volgden schreef hij een veelzijdig oeuvre bij elkaar, dat steeds dicht op de huid van de tijd zat. In Vreeland vertrekt een bijna vergeten rockzanger naar het Afghanistan van de Taliban om de moordenaar van zijn neef te executeren. Tot bloed op het droge is een zogenoemde what-if-roman waarin een groep orthodox-christelijke Hollandse immigranten in Noord-Afrika neerstrijkt om een nieuw leven op te bouwen. En Goossens' meest recente roman, het aangrijpende Ingeborg, gaat over de achternicht van de auteur, het enige Nederlandse slachtoffer van de 9/11-aanslagen. Het is een ontregelende taaleruptie waarin fictie en non-fictie niet langer van elkaar zijn te onderscheiden. Vreeland was daarbij de eerste roman ter wereld die verscheen met een speciaal voor het boek gecomponeerd soundtrackalbum, met nummers van o.a. Spinvis, Anne Soldaat en Marien Dorleijn (Moss).
Goossens was en is columnist voor diverse dag- en weekbladen, waaronder het AD. Hij publiceerde in vrijwel alle grote landelijke kranten en was gerenommeerd popjournalist voor o.a. Het Parool. Hij is co-auteur van het internationaal gelauwerde Het gejuich was massaal, waarin de geschiedenis van de Nederlandse punk wordt gedocumenteerd. Recent kwam het in Engelse vertaling uit, onder de titel I'm sure we're gonna make it. Tenslotte is hij ook de schrijver van de bestseller Het grote ouwelullenboek (vijfde druk, bijn 20.000 ex. verkocht). Daarin behandelt Goossens in samenwerking met sportarts Frank van Hellemondt op humoristische wijze de aftakeling van de midlife-man en hoe hij zichzelf daartegen kan wapenen.